Oude-Tonge
"Van sijnople, beladen met eene fasce van zilver."
Zo luidt de beschrijving van het wapen van Oude-Tonge. Het wapen is afgeleid van het wapen van de voormalige heerlijkheid Grijsoord, waartoe Oude-Tonge en Nieuwe-Tonge behoorden. Het wordt als wapen voor zowel Oude- als Nieuwe-Tonge vermeld door Smallegange in 1696 en Van Alkemade in 1729.
Op 25 juni 1284 kocht Albrecht van Voorne de heerlijkheid Grijsoord van graaf Floris V. Het was destijds een gebied bestaande uit slikken en gorzen, waarop alleen in de zomermaanden herders met hun schapen verbleven. Behalve herders verbleven in Grijsoord ook vissers en vogelvangers. Het gebied werd ook gebruikt voor het winnen van zout uit de onder de klei gelegen veenlaag (darinckdelven). Op 25 mei 1438 ondertekenden Pieter Gerritsz, Cornelis Gillisz van Cleijburg en Pieter Huygenszoon de officiële overeenkomst voor de bedijking van dit gebied.
![]() |
|
Honderden dijkwerkers
Het dorp bestond oorspronkelijk slechts uit de Kaai, de Oostdijk, de Molendijk, de Voorstraat en de Kerkring. Aan de oostelijke en westelijke Achterweg stonden houten landbouwschuren. De eerste woningen in de Nieuwstraat, vrijwel zeker houten woningen, werden daar in de 16e eeuw gebouwd. Op 21 en 22 april 1647 woedde een grote dorpsbrand, waardoor ongeveer 150 huizen en schuren op de Molendijk en de Oostdijk en aan weerszijden van de Voorstraat in de as werden gelegd. Ook het gemeentehuis brandde af, zodat de meeste archieven van voor die datum verloren zijn gegaan.



